Woningen in het buitenland
en de inkomstenbelasting
Geen
inkomstenbelasting Box 3 over uw buitenlandse woning
Buitenlands
onroerend goed
Indien u in Nederland woont en
een pand in Frankrijk of elders in het buitenland bezit moet u dit pand vermelden in uw aangifte
inkomstenbelasting. Dit vloeit voort uit het beginsel dat inwoners van Nederland
het gehele wereldinkomen moeten aangeven.
Buitenlandse woning vóór 2001
Vóór 2001 viel de tweede
woning (vakantiewoning) onder de eigen-woningregeling, dan wel onder het de
inkomsten uit vermogen. Wanneer deze buitenlandse woning aan
u ter beschikking stond moest u het huurwaardeforfait in uw aangifte vermelden.
De belastingverdragen, die
Nederland met andere landen heeft gesloten, wijzen het heffingsrecht over zowel
de inkomsten als de vervreemdingsvoordelen ter zake
van woningen toe aan het land waar die woningen zijn gelegen. In alle verdragen
is geregeld dat Nederland op grond van de vrijstellingsmethode voorkoming van
dubbele belasting moet verlenen. Hierdoor bent u over het
buitenlandse inkomen inkomstenbelasting verschuldigd, maar mag u dit bedrag, ter
voorkoming van dubbele belasting, gelijk weer in mindering brengen. U
moet de buitenlandse woning dus wel in uw aangifte vermelden, maar u bent per
saldo geen belasting verschuldigd.
Voor de vermogensbelasting
(tot 1 januari 2002) moest de waarde in het economische verkeer (peildatum 1
januari) worden aangeven verminderd met de schulden die rusten op het pand
(peildatum 1 januari). Door menig verdrag mag de schuld alleen in mindering op
de waarde in het economische verkeer worden gebracht als het een hypothecaire
schuld betreft. Het heffingsbelang is ook hier afwezig omdat Nederland net als
voor de inkomstenbelasting voor het gehele bedrag van de bijtelling voorkoming
van dubbele belasting moet verlenen.
Buitenlandse woning vanaf 2001
Vanaf 2001 zal een pand
vrijwel altijd behoren tot de heffingsgrondslag van box 3. Panden in box 3
moeten in beginsel worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer
(dat is de waarde die u bij verkoop van het pand zou ontvangen), waarbij het
gemiddelde van de waarde op 1 januari en 31 december van een kalenderjaar moet
worden aangegeven. Op grond van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting
mag dit bedrag gelijk weer in mindering worden gebracht. Dit betekent dat u geen
inkomstenbelasting bent verschuldigd over uw buitenlandse woning.
Arrest De
Groot
U bent geen inkomstenbelasting
verschuldigd over uw buitenlandse woning door een arrest van het Europese Hof
van Justitie 12 december 2002, C-385/00, ook wel genoemd het Arrest De Groot.
Het Europese Hof van Justitie
heeft in dit arrest beslist dat de door Nederland bij de voorkoming van dubbele
belasting gehanteerde voorkomingsbreuk onverenigbaar is met het EG-recht. In
verband hiermee is het Besluit voorkoming dubbele belasting aangepast. Deze
aanpassing is voorafgegaan door het op 7 mei 2004, nr. 34.782, door de Hoge Raad
gewezen arrest in de (vervolg)procedure.
Belangrijkste uitkomst hiervan was dat de berekeningswijze van de voorkoming van
dubbele belasting- via een aangepaste evenredigheidsbreuk - die ook tot
uitgangspunt is genomen in het besluit van 28 februari 2003 (nr. IFZ2003/189M),
door de Raad is bevestigd. Verder heeft de Hoge Raad in het eveneens op 7 mei
2004, nr. 38.067, gewezen arrest nadere duidelijkheid gegeven over de betekenis
van het noemerinkomen in de evenredigheidsbreuk. Na het uitgevaardigde
beleidsbesluit van 25 oktober 2004 (IFZ2004/728M) is bij besluit van 8 april
2005 het Besluit voorkoming dubbele belasting gewijzigd. (Staatsblad van 21
april 2005, 2005 nr. 1977, Besl VDB 2001).
Door de werking van het Arrest
De Groot is er voor de Belastingdienst dus geen direct heffingsbelang voor de in
het buitenland aangehouden onroerende zaken. De nadruk zal daarom liggen op de
vraag naar de herkomst van de gelden ter financiering van de onroerende zaken.
Is het onroerend goed gefinancierd met zwart geld of met geld dat is opgenomen
van een bij de fiscus onbekende buitenlandse bankrekening? Is dat het geval dan
zou aan u een navorderingsaanslag kunnen worden opgelegd.
Inkeerregeling
Indien u uw buitenlandse
woning in het verleden nooit heeft vermeld in uw belastingaangifte en u maakt
gebruik van de inkeerregeling, dan zal de Belastingdienst u geen aanslag
opleggen, omdat rekening wordt gehouden met het Arrest De Groot.
U krijgt dan van de
Belastingdienst een standaardbrief met de volgende inhoud:
“Naar
aanleiding van uw vrijwillige opgaaf van gegevens van onroerend goed in ….. deel
ik u het volgende mede.
Mij is
gebleken dat u in het bezit bent van onroerend goed op het adres …………
Aan de
hand van de gegevens waarover ik nu beschik heb ik besloten om niet tot
navordering over te gaan. Gelet op de hoogte van de alsnog in aanmerking te
nemen bedragen, acht ik het – mede uit overwegingen van doelmatigheid – niet
gewenst aan u navorderingsaanslagen op te leggen”.
Wilt u een deskundige over dit onderwerp
raadplegen dan kunt u hier klikken. |